Verslag betreffende het verongelukken van het VOC - schip " Woestduijn "

 

 

't Verongelukken van 't Oostindisch Compagnie schip Woestduijn van Batavia voor de kamer
van Zeeland repatrieerende, den 24e Julij, op de Noorder Rassen, omtrent Vlissingen
had met de passagiers omtrent 117 zielen in, waarvan 90 a 100 behouden zijn.

 

Rapport wegens t Schip Woestduijn van Batavia voor de Kamer Zeeland retournerende op den 24 julij 1779 bij t inzeijlen van den Deurlo op de Noorderrassen verongelukt. Op den 24 julij 1779 des avonds ten 5 uuren door 7 man van t voorsz. Schip, die met de sloep aan Zoutelande waren aangekomen, de eerste tijding van t vastzitten van dien bodem gekregen. Den Equipagemeester gelast met de noodige schepen ankers en touwen na t schip te gaan, om des mogelijk t zelve te redden of wel anders t volk alleen, indien t Schip mogt zijn in stukken gestooken.

Zondag den 25 dito tijding ingekomen, dat t schip geheel in stukken en verbrijzeld was; ten eersten brieven afgezonden aan alle de srandmeesters of opzigters over de stranden van de provincie, gelijk mede een boekhouder van de kamer met open brieven aan de Magistraten, Geregten en Strandmeesters in Vlaanderen met verzoek om de noodige orders te stellen tot het opslaan en bewaren van de goederen, die uijt voorgenoemd schip onder ieder district zouden mogen komen aandrijven.

Berigt ingekomen zijnde, dat te Westcappelle, Domburg, Zoutelande & Vlissingen verscheijde goederen zoo van de lading als van t wrak waren aangespoelt, hebben zich eenige Heeren Bewindhebbers in eijgen persoon zig Derwaarts begeven en de noodige orders op t bergen, bewaren en t vervoeren der goederen na Middelburg gezeijlt voor zoo verre die transportabel waren, gelijk geschied is, en dezulks en brokken tot t wrak behoorende zijnde publiek op t strand verkogt, waarvan is geprovenieet te samen circa f 1836 onzuijver.

Voorts zijn de noodige lijsten opgemaakt van al t geen tot nu toe van de lading is geborgen welke lijsten ten deze kunnen werden geproduceert. Wijders (verder) zijn van de wrakken van t schip met zeer veel gevaar door de schipper Naerebout in twee differente reijzen geborgen 84 a 85 man, en in t geheel zijn bevonden circa 111 persoonen te zijn gehalveert, 3 persoonen op de reijs overleden en omtrent 17 verongelukt daaronder twee Eng. (Engelse) passagiers en den onderkoopman Bruijstens.

De Kamer Zeeland heeft vervolgens door de Heeren van de Equipage t noodig onderzoek laten doen na de oorzaak van t aangedagte schip overgekomen ongeluk, ben op t zelve geplaatst geweest zijnde loots Thijs Wigman, die bij gebrek van een Zeeuwse loots door de Capitijn van t oorlogschip Boreas aan t schip Woestduijn was overgegeven, provisioneel gefelt in civiel arrest denzelve alsmede de Scheepsofficieren ieder afzonderlijk en tegen elkander ondervraagt en geconfronteerd en vervolgens (na gedaan onderzoek) ten klaarstens gebleken, dat grove onkunde en misvattingen van den voormalige loots alleen de directe oorzaak van t verzeijlen van t verzijnde Schip is, gelijk ook nader kan blijken uijt de verklaring der Scheepsofficieren, als mede uijt t Declaratoir (verklaring) der Examinateurs van de stuurlieden beijde ten dezen overlegt.

De Kamer Zeeland heeft vervolgens deze zaak van die natuur en consideratie geoordeelt dat zij de voorgenoemde zaak met de stukken daartoe relatijf heeft overgegeven aan Heer Balliuw van de Wateren van Zeeland met ernstig verzoek, om tegen den gem. loots Thijs Wigman t regt der Hooge Overigheid waar te nemen, en zoodanig te procederen als Ratione officii zoude vermeenes te behooren; gelijk denzelven loots tans ook in criminele detentie is gestelt, en actueel tegen denzelven word geprocedeert. De Kamer Zeeland zoude vervolgen verzoeken, dat ten dezen mogt werden genomen eene gelijkke Resolutie als op den 30 September 1777 bij de vergadering van 17e is genomen met relatie tot het verongelukte schip Overhout, zullende in tijd en wijlen, wanneer alles zal zijn afgesprongen, daar van een nader rapport en rekening courant ter vergadering van 17e op den voet, als bij de Kamer Zeeland is geschied werden geproduceert.

        Voorts werd verzogt de dispositie (beschikking) der vergadering van 17e ( De Heeren 17 ) over de betaling van de gagies (gages) van de officieren en verdere manschappen van t gedagte schip,  welke gerekent van de dag dat dezelve op Batavia en de Caab zijn gemonsterd, tot dat gemelde bodem is verongelukt, te samen bedragen de som van f 14.042,4.

Scheepsgegevens 'Woestduijn'

 

Scheepsjournalen