Het Orgel

De onderwijzer, tevens voorlezer en voorzanger van de kerk te Zoutelande, biedt in 1832 de kerkenraad een orgel in eigendom aan  onder voorwaarde dat hij gedurende zijn verblijf in deze gemeente als organist fungeert op een traktement van f 50,- per jaar.
Wanneer hij binnen 10 jaar na schenking mocht vertrekken of overlijden , is de kerkenraad hem of zijn weduwe nog zo vele jaren f 50,- te betalen als er aan die 10 jaren ontbreken.
De kerkenraad wil dit aanbod graag aannemen omdat het "godsdienstig gezang in de kerk daar mede grootelijk bevorderd wordt'. Om deze schenking te kunnen aanvaarden heeft men toestemming nodig van het,Provinciaal College van Toezicht die over de administratie van de Kerkelijke fondsen gaat.
Dit orgaan kan zijn goedkeuring echter niet verlenen vanwege loon- en onderhoudskosten die aan dit aanbod verbonden zijn.

Het duurt tot 1888 voor er door toedoen van Dhr. B.T.Jonker, godsdienstonderwijzer en voorzitter van de orgelcommissie, een orgel kan worden geplaatst. Een zeer bejaarde ouderling verklaarde fel tegen te zijn omdat volgens hem de gemeente dan dansend de kerk zou uitgaan!

Orgel-1.jpg (69111 bytes) Het orgel werd gebouwd door J. van der Tak uit Rotterdam.
Het werd geplaatst op een galerij aan de achterzijde van de kerk.
Het orgel wordt in 1929 verkocht aan de fa. A,S.J. Dekker, 
orgelbouwers te Goes.

 

Orgel-2.jpg (68347 bytes) Deze firma levert een nieuw pijporgel dat op een galerij boven de preekstoel wordt geplaatst. Dit orgel heeft de 2e wereldoorlog overleefd maar was aan een volledige opknapbeurt toe. Men acht het niet verantwoord hieraan enkele duizenden guldens uit te geven en plaatste in 1949 een advertentie voor de aankoop van een antiek orgel.

Orgel-3.jpg (49434 bytes) Via de orgelcommissie van de Kerk kan men voor f 8500,- een orgel kopen dat dateert uit het einde van de 17e eeuw en waarschijnlijk afkomstig is uit Duitsland, en gebouwd door Thomas Weijdman, orgelbouwer uit Ratingen. Vanaf 1838 tot 1932 heeft het dienst gedaan  in de N.H. Kerk te Heerlen. In 1949 wordt het gekocht door Dolf Hendrikse uit Haarlem, organist en lid van de orgelcommissie, en in restauratie gegeven bij de fa. Van Vulpen te Utrecht. Hier wordt ontdekt dat in één van de schotten staat dat het orgel in 1722 is gerestaureerd en dat de windlade van onderen is dicht geplakt met oude gregoriaanse kloostermuziek. De fa. Van Vulpen moet het pijpwerk geheel vernieuwen. De rest van het orgel verkeert vrijwel geheel in oorspronkelijke staat.
In 1951 wordt het in gebruik genomen met een orgelbespeling door Dolf Hendrikse.
Sindsdien staat het op de monumentenlijst, en is nog steeds een waardevol instrument in onze kerk.