PALEOGRAFIE
Het lezen en bestuderen
van vroegere handschriften en schrijfwijzen is een wetenschap, genaamd
paleografie. Dit woord betekent oud-schrift en is een samenstelling van de
Griekse woorden palaios=oud en grafein=schrijven.
Monniken in de middeleeuwse kloosters en klerken in griffies hebben zich altijd
bezig gehouden met het lezen van oude bronnen. Het werk van de benedictijnse
monnik Jean Mabillon uit 1681 is de eerste studie over de verschillende
schriftsoorten die in de loop der tijden werden gebruikt.
In de eeuwen daarna verschenen diverse handboeken paleografie, in de laatste decennia
van de 20e eeuw is de bestudering van het oude schrift in populariteit gestegen.
Hieronder volgt een
voorbeeld van:
Inschrijvingen in het Rooms-Katholieke doopboek van Hengstdijk, 1635
(Gegevens uit het rijksarchief in
Zeeland, Retroacta van de Burgelijke stand, inv.nr 248a)

Anno 1635
Den xien Jannuarij 1635
sijn gheboren
en den 13en gedoopt gemini (tweeling) Laurijntien
ende Passchijntien filia (dochter) Pieter
Vercannen en Catelijne sijn huysvrauwe,
van Laurentintien, peter Laureijs
Timmerman, meter Martijntien
Vercauteren, van Passchchyntien
peter Clais Andriessen meter
Josyntien hauwe
Wanneer je dit voor het eerst onder
ogen ziet dan denk je daar kom ik nooit uit!
Maar d.m.v. een cursus bij de Z.V.U.: "Paleografie voor beginners", in
het Zeeuws archief onder leiding van dhr. I.J. van Loo, komt er toch een
herkenning van het geschrevene.
Ook het handboek wat we hierbij
gebruiken:
"Werken met Zeeuwse bronnen" geeft tekst en uitleg bij het lezen
van archiefstukken. (zie onder bronnen)