" ZOUTELANDE DOOR DE JAREN "
De
schrijver van de 'Walcherse Arcadia zegt dat Zoutelande en Werendijke twee
onderscheiden heerlijkheden waren, bevattende 588 gemeten en 280 roeden en
behorende aan de stad Vlissingen.
Het schijnt dat de heerlijkheid Zoutelande voor een groot deel heeft toebehoort
aan ridder Hendrik van Zoutelande. op het laatst van de 16e eeuw was ze in
handen van de bastaard kinderen van Hertog Philips.
Na in latere jaren in diverse handen te zijn overgegaan lezen
wij dat op 16 oktober 1617 deze in bezit kwamen van de stad Vlissingen, die haar
in 1587 bij publieke veiling voor fl. 1250,- heeft verkocht aan Mr.J.Strooband
Janse wiens dochter later de heerlijkheid in eigendom verkreeg.
De kerk in Zoutelande (parochie) was een dochterkerk van de kloosterkerk te Werendijke. en omstreeks in 1270 gesticht.

Zoutelande 1792
Gewassen tekening door J.Bulthuis.
Als rooms-katholieke kerk, gewijd aan de heilige Catharina, kreeg de kerk in 1279 haar eerste pastoor, Willem Cortvrient. Oorspronkelijk bestond deze kerk uit 2 beuken en een koor, het was een z.g. " Hallenkerk ". Met veel kerken op Walcheren werd ook deze kerk,, tijdens de belegering van Middelburg in 1574 zwaar beschadigd. Een van de hallen en het koor werden daarna gesloopt. In 1738 werden kerk en toren grondig gerestaureerd.
Een ander monument is
de Willibrordusput.
De Willibrordusput was gevuld met brak water. Volgens de legende had Willibrord
deze waterbron gegraven in 694, toen hij uit Ierland naar deze
'heidense' gewesten was gegaan om het evangelie te verkondigen
De put is sinds er een dijk ligt voor het dorp verplaatst.
De
bewering dat de put enkele malen zou zijn verplaatst berust zuiver op fantasie
en kon nooit worden bewezen; in geen enkel archiefstuk wordt hierover gerept.
Ook voor drinkwater heeft
hij nooit dienst gedaan, want het water was brak.
Bij vloed stond het water in de put iets hoger dan bij eb. Blijkbaar oefende de
druk van het zeewater hierop invloed uit.
Op de foto zien we de put half in de duinen liggen wat de situatie was voor dat er een dijk voor het dorp werd aangelegd en de Willibrordusput moest worden afgebroken.
Dit was voor de Molen, ons volgende monument, niet van toepassing.